Turks.nl

De toekomst van de Turkse minderheid in Nederland, het belang van tweetaligheid

[caption id="attachment_2605" align="alignnone" width="570"]Eerste generatie gastarbeiders, genomen in 1982[/caption]1964. Ja, 1964. Het jaar waarin onze grootouders voor het eerst met veel hoop voet zetten op Nederlands bodem. Elk van hen had een andere droom. De een zou met het geld uit Nederland een nieuwe zaak beginnen en de ander zou een nieuwe tractor kunnen kopen voor zijn vader. Wel hadden ze een ding gemeen. Het verblijf in het “grijze land” was van tijdelijke duur. Met een zak vol geld zouden ze zo snel mogelijk terugkeren naar hun mooie Turkije. Ja, “onze lieve grootouders”. Wij kleinkinderen zien jullie na zo’n 50 jaar inderdaad allemaal een voor een terugkeren. Echter, dikwijls in de achterkant van het vliegtuig verwikkeld in het lijkkleed.

50 jaar acculturatie, oftewel het veranderingsproces ten gevolge van contact met mensen met een andere culturele achtergrond, heeft er onder andere toe geleid dat de huidige derde generatie jongeren vele malen beter geschoold zijn en de Nederlandse taal steeds beter beheersen. In tegenstelling tot hun grootouders zijn er grote groepen Turkse Nederlanders die niet van plan zijn terug te keren. Dit zijn uiteraard mooie ontwikkelingen. Vraag blijft hoe het is gesteld met de Turkse taal van de huidige nieuwe generatie Turkse-Nederlanders en wat het effect is van (twee)taligheid op het welzijn en adaptatie van deze jongeren in Nederland.

Deze vragen kunnen worden beantwoord door gebruik te maken van de acculturatie attituden die worden onderscheiden. Onderzoek toont aan dat het acculturatieproces zich in vier verschillende manieren manifesteert. In het perspectief van de Turkse Nederlander kan acculturatie leiden tot (i) separatie. Separatie manifesteert zich als men de dominante-, in dit geval de Nederlandse cultuur van zich wegduwt en enkel bezig is met eigen cultuurbehoud. Het tegenovergestelde van separatie is (ii) assimilatie. Assimilatie doet zich voor als de Turkse Nederlander de eigen cultuur verwerpt en de dominante cultuur omarmt. De derde mogelijkheid is (iii) integratie, zonder twijfel een veel gehoord begrip. Integratie in de huidige context, betekent het meedoen met de Nederlandse samenleving met cultuurbehoud. (iiii) Marginalisatie, de laatste acculturatieattitude, wordt beschreven als het onvermogen om mee te doen met de Nederlandse maatschappij terwijl men ook niet in staat is zich te identificeren met de eigen cultuur.

Uit onderzoek naar de relatie tussen acculturatie attitude en welbevinden komt naar voren dat integratie in de meeste gevallen leidt tot zowel betere psychologische, sociale als culturele adaptatie. Met andere woorden, Turkse-Nederlanders die, zich zowel kunnen identificeren met de Nederlandse als de Turkse cultuur oftewel met behoud van de eigen cultuur in staat zijn mee te draaien in de Nederlandse maatschappij, vertonen minder gedragsproblemen, zijn mentaal gezonder, gelukkiger, hebben meer zelfwaardering, zijn beter in staat sociale vriendschappen te vormen en presteren vaak ook beter. Verrassend scoren Turkse-Nederlanders die separeren ook vrij hoog wat betreft welbevinden. Dit is voornamelijk van toepassing bij jongeren die een lage sociaal economische status hebben. Deze jongeren lijken dus meer gebaat als ze kunnen vasthouden aan bepaalde kenmerken van de eigen cultuur. Jongeren die zijn geassimileerd lijken het moeilijk te hebben in termen van welbevinden. Met name in landen waarin het politieke klimaat ten opzichte van minderheden op assimilatie is gericht. Voor marginaliserende jongeren gelden verreweg de slechtste resultaten. Zij zitten tussen wal en schip en lijken naast psychologische ook identiteitsproblemen te ontwikkelen.

Nu rijst de vraag hoe het bovenstaande zich vertaalt in termen van taalbeheersing. Uit de vorige paragraaf kan worden opgemaakt dat Turkse Nederlanders het gelukkigst zijn als ze integreren. Separerende Turkse-Nederlanders lijken relatief ook gelukkig te zijn. Opvallend is dat bij zowel integratie als separatie cultuurbehoud essentieel is. En taal is zonder twijfel een belangrijke component van cultuur. Misschien zelfs de belangrijkste. Het is bij wijze van spreken een sleutel die de deuren van cultuur doet openen. Het is het middel dat ervoor zorgt dat men kennis kan inwinnen over de gebruiken, tradities, religie en historie van een cultuur. Daarom lijkt het belangrijk voor Turkse-Nederlanders om het Turks te koesteren.

Samenvattend kan gezegd worden dat Turkse-Nederlanders gelukkig zijn als ze hun cultuur behouden. Als ze ook nog eens kunnen integreren zijn ze zelfs nog gelukkiger en succesvoller. Wat betreft taal betekent het voorgaande dat de koestering van het Turks grote voordelen biedt voor de Turkse minderheid. Turkse-Nederlanders die zowel het Turks als het Nederlands goed beheersen lijken in psychologisch en sociaal-cultureel opzicht het beste te presteren. De Koestering van de eigen taal in het algemeen en tweetaligheid in het bijzonder lijkt dus van groot belang voor een adequate ontwikkeling van Turks-Nederlandse jongeren. In het licht van onderzoek dat is beschreven in dit essay, zou een variant van de in 2004 afgeschafte “onderwijs in allochtone talen” (AOLT) overwogen kunnen worden. Een andere implicatie is, lijkt, dat politici er verstandig aan zouden doen het algemeen heersende beeld van “assimilatie als ideale acculturatie attitude” bij te stellen. Dit kan door beleid te ontwikkelen dat enerzijds gericht is op het optimaliseren van deelname van de Turkse minderheid in de samenleving met uiteraard de nodige aandacht voor de Nederlandse taalachterstand van deze groep en anderzijds gericht is op het genereren van begrip voor de eigenheid van deze groep. Cultuurbehoud met taal als bijzondere pijler zou gestimuleerd moeten worden door de overheid om er zorg voor de dragen dat we in de toekomst leven in een Nederland waarin Turkse-Nederlanders sterker in een schoenen staan en net als hun grootouders een significante bijdrage kunnen leveren aan dit mooie land.

Referenties
Berry, J. W. (1997). Immigration, acculturation and adaptation. Applied Psychology: An International Review, 46, 5-34.
Geel, M. van, (2009). Acculturation, adaptation and multiculturalism among immigrant adolescents in junior vocational education. Doctoral thesis. Leiden University.
Knipscheer, J., Kleber, R. (2005). Psychologie en de multiculturele samenleving. Amsterdam. Boom Lemma Uitgevers
Vedder, P., Sam, L.D., Liebkind, K. (2007). The adaptation and acculturation of Turkish adolescents in Nort-Western Europe. Applied development science, 11, 126-136.

Turks.nl Redactie

Volg Turks.nl