“Geitenneukers”, de islam, de vrijheid van meningsuiting en wij Occiënters

We leven in het liberale Europa; Het deel van de wereld waarin ideeën aangaande vrijheden zich tot het uiterste gespannen hebben. Eveneens dat deel van de wereld waarin een rijkgeschakeerd pluralisme onmiskenbaar aanwezig is.
Turks.nl Redactie

Mensen van vele kleuren, geuren, culturen, religies en waardesystemen leven hier met elkaar samen. Dit is de achtergrond tegen welke wij het heet opgediende debat over de vrijheid van meningsuiting en de islam dienen te duiden. Een discussie die in alle hevigheid reeds speelt sinds de publicatie van Salman Rushdie’s ‘De Duivelsverzen’ en de fatwa die daaropvolgend over hem werd uitgesproken door Iraanse Ayatollahs in 1989. 

Deze spanning tussen enerzijds, de vrijheid van meningsuiting, en anderzijds de interpretatie van bepaalde sacrale denkbeelden is als een baldakijn over onze maatschappij gedrapeerd. Het is een heimelijke doch altijd latent aanwezige spanning, die wordt ontmaskerd op momenten waarop grote incidenten plaatsvinden. Wij Occiënters betrappen onszelf op die momenten ongewild op de bezielende wens dat de agressor maar geen moslim is. De term Occiënters introduceer ik hier om onszelf te portretteren. Wij zijn immers geen allochtoon (ander) noch een autochtoon (hetzelfde), maar een rijkere versmelting van het Occident (Westen) en het Oriënt (Oosten). Wij ervaren echter een verscheurdheid in onszelf vanuit de twee horizonnen die wij herbergen. Hoe deze horizonnen in de kwestie dialectisch te verzoenen in onszelf?  Wat is de meest wijze houding die wij kunnen aannemen? Welke veranderingen zijn nodig in ons bewustzijn? In elk geval weten we dat indien wij deze knoop willen ontwarren, wij eerst moeten weten hoe die gelegd is. In dit eerste deel van dit essay zal ik daarom filosofisch bevragen wat het recht op de vrijheid van meningsuiting eigenlijk is. In het tweede deel zal ik vervolgens de vraag stellen waar de grenzen van dit recht juridisch gezien liggen. Tot slot zal ik de vraag stellen of het licht van de ethiek onze beschouwingen niet aanzienlijk zou kunnen verrijken.

Het juridisch-politieke recht
Wat is het recht op de vrijheid van meningsuiting? Hoe komen we erachter wat het waarlijk is? In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt dit recht in elk geval omschreven als: 

“…de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken…” 

We ontwaren hier een aantal eigenschappen van dit recht, namelijk dat dit recht wordt omschreven als een vrijheid. Het omlijnt een vrijheidssfeer waarin het individu naar eigen believen kan spreken. In dit inzicht ligt reeds een gewichtige gevolgtrekking besloten. Het bestaan van dit recht bij de één roept logischerwijs een plicht in het leven bij de ander. Dit recht van de één bestaat immers bij gratie van de alledaagse plichtpleging van de ander. Daarnaast zien we dat het doortrokken is van symmetrie zoals we die in de eerder besproken guldenregel hebben gezien. Dit recht wordt derhalve doorgloeit met het inzicht dat het beschikken hierover door de één impliceert dat de ander hier in gelijke mate over beschikt. Derhalve houdt mijn recht daar op waar dat van de ander begint, en begint dat van de ander daar waar het mijne eindigt. 

Teleologie
Bij de menselijke dingen geldt niet zelden, zoals de filosoof Aristoteles heeft aangegeven, dat ‘wat iets is’ gelijk is aan het idee ‘waarom het is’. Wat een horloge is hangt immers samen met het duiden van de tijd. Wat de wet is hangt samen met het coördineren en ordenen van de maatschappij. We dienen ons dus de vraag te stellen waarom wij dit recht op een vrije meningsuiting hebben? Met die wil bezield zullen we naar de levende voedingsbodem terug moeten gaan van waaruit dit concept gegroeid is. Het concept is ooit immers in het leven geroepen om iets waardevols te realiseren. Wat is dit dan? Dit zijn in elk geval twee ontzaglijke waarden. 

De zoektocht naar de waarheid
Ten eerste is dit de zoektocht naar de waarheid. Een waarde die men met elke Verlichting (zowel de antieke Griekse als de Moderne varianten) omarmt. De vrijheid van verkeer van gedachten maakt dat vooruitgang in wetenschap, cultuur en religie mogelijk is. Het is vruchtbaar om hier een tweetal inzichten ten aanzien van mensenrechten nader te belichten. Rechten hebben naast een afwerende (negatieve) zijde, waarbij een recht fungeert als een schild tegen de inmenging door anderen, ook een opbouwend (positief) aspect. De vrijheid van meningsuiting zorgt er enerzijds voor dat anderen zich niet fysiek en bedreigend mogen mengen in mijn vrijheidssfeer. Aan de andere kant maakt de positieve zijde van dit recht de zoektocht naar de waarheid, en daarmee de emancipatie van bijgeloof mogelijk. Het is de plicht van de menselijke geest om zijn steen bij te dragen in de zoektocht naar de waarheid. Het geheel van onze opvattingen is immers onze nalatenschap aan de volgende generaties. De rationele mens kan niet kritiekloos, blind en dogmatisch volgen. Hij wil hartgrondig overtuigd zijn van standpunten door gedegen en kritisch onderzoek. Het is een onloochenbare feit dat alle heersende ideeën zijn ontstaan door behaalde overwinningen op eerdere ideeën. Newtoniaanse ideeën wonnen bijvoorbeeld van de Aristotelische fysica, en Einsteins ideeën glorieerden ten aanzien van de Newtoniaanse beelden. Geen enkel systeem aan gedachten mag derhalve immuun zijn voor het licht van de rede. Aanhangers van de bekritiseerde theorieën kunnen verontwaardigd en beledigd zijn wanneer hun visie beproefd wordt. Doch als de waarheid hen dierbaar is, zullen ook zij de waarde van deze exercitie kunnen onderschrijven. Denk aan de strekking van de woorden die aan Aristoteles worden toegedicht, welke hij zou hebben gericht aan zijn grote leermeester Plato: “Plato is mij dierbaar, maar de waarheid is mij nog liever”. 

De authentieke zelfwording 
Er is nog een tweede pijler waarop de vrijheid van meningsuiting rust. Vanuit de renaissance en doorheen de romantiek hebben wij de waarde van de persoonlijkheid ontdekt. Aan het licht is gekomen dat het individu naast een algemene menselijke natuur, ook een eigen aard bezit. Die eigen aard, en innerlijke stem, is in het Occident (Westen) belicht door bijvoorbeeld een Rousseau en in zijn kielzog uitvergroot in de romantiek. In het Oriënt (Oosten) zagen we dit echter al eerder gebeuren in werken van mystici en humanisten als Mevlana (Rumi) en Yunus Emre. De boodschap is echter steeds gelijkluidend: ieder heeft zijn eigen pad om af te leggen teneinde zichzelf te kunnen worden. Dat pad wordt duidelijk door zich naar binnen te keren in zichzelf en af te dalen in de roerselen van het hart dat ons zachtjes toefluistert. Yunus Emre schrijft:

İlim ilim bilmektir
İlim kendin bilmektir
Sen kendini bilmezsin
Ya nice okumaktır
Hepisinden iyice
Bir gönüle girmektir”

Kennis is het vatten van (ware) kennis
Kennis is jezelf kennen
Als je hebt gefaald jezelf te kennen
Dan is elke studie tevergeefs geweest
Het waardevolste is
Het hart te betreden

Mevlana vereeuwigt zich met prachtige verzen die een zelfde boodschap uitdragen:
Bahçeler, yeşillikler candadır, dışardakilerse akan suya vuran akislerdir… Asıl bağlar, meyveler gönüldedir

De tuinen en groene weiden zijn in de ziel. Die daarbuiten zijn slechts de weerspiegelingen in het stromende water…  De ware tuinen en vruchten zijn daarentegen in het hart…

Can nedir?…                                                                                                                                    
Mademki canın mahiyeti ve sırrı onlardan haberdardır, 
oyleyse her kim daha çok haberdar ise onun canı daha cok cemal bulur… 
Ama dışarıda değil aradığını kendi içinde ara…

Wat is de ziel?…                                                                                                                             

Aangezien de essentie en het geheim van de ziel het (innerlijke) bewustzijn is, geniet de ziel van de persoon die bewuster is ook meer pracht. Zoek datgene niet buiten, doch in jezelf.

…But don’t be satisfied with stories, how things have gone with others. Unfold your own myth…

“Neem nochtans geen genoegen met verhalen, over hoe het anderen is vergaan. Ontvouw je eigen mythe….

De stem van de eigen persoonlijkheid en het hart spreekt -aldus volgens onze Oosterse en Westerse horizon- opdat wij ernaar luisteren en onze eigen persoonlijke mythe ontvouwen. Als we niet naar de eigen stem luisteren ontvreemden wij van onszelf. Een leven waarin ik anderen blind en dogmatisch volg, en alles door anderen van buitenaf laat bepalen is niet mijn levende mythe. De vrijheid van meningsuiting ondersteunt nu deze vrije ontwikkeling van de eigen unieke persoonlijkheid. En dit doet zij op een drietal onderscheiden wijzen.

Ten eerste, wij weten soms niet wat deze innerlijke stem, dit gevoel dat diep van binnenuit opwelt, precies duidt. De taal is de aangewezen sleutel om dit gevoel te ontsluiten. Het in treffende woorden vatten van dit gevoel en de visie die daarin besloten ligt zal mijn zienswijze immers pas helder maken. Dit vinden van de juiste woorden en gedachten vindt plaats in dialoog met anderen. Er moet dus een vrije ruimte zijn om actief te spreken met anderen over mijn oprechte, zoekende en aftastende woorden ten aanzien van mijn gevoelens, verlangens en visie teneinde zo mijzelf beter te begrijpen. Dit zoeken en verwoorden kan in eerste instantie ook de gedaante van een Nietzscheaanse hamer aannemen, waarmee ik mij eerst afzet tegen mijn oude ideeën om zo plaats te maken voor de nieuwe. 

Een tweede reden waarom de vrijheid van meningsuiting zo cruciaal is voor de persoonlijke mythe, is dat ik in de talige uitdrukking van mijn gevoelens mijzelf veruitwendig. Ik manifesteer mijn ware zelf in het sociale bestaan. Mens zijn is tussen de mensen zijn. Oftewel ‘interesse’: vanuit het Latijn ‘inter’ (tussen) en ‘esse’ (zijn). Met andere woorden, mens zijn is tussen de mensen verschijnen en mijn gedachten publiekelijk maken zodat deze een sociale realiteit krijgen. Zo word ik als persoon reëler, word ik erkend als wie ik ben, wat ik voel en wat ik denk. In die erkenning door anderen, ervaren wij mensen iets essentieels als het sociale dier dat wij zijn. De onthouding van zulk een erkenning kan zelfs in sommige gevallen een mutilatie van de ziel zijn. 

Ten derde, zulke dialogen met anderen kunnen ook geïnternaliseerd worden. Dergelijke dialogen vinden plaats tussen mijzelf en de tot mij genomen opvattingen van bepaalde denkers, filosofen, wetenschappers, dichters, romankarakters, kunstenaars, kunstwerken, gedichten, religieuze geschriften en symbolen. De vrijheid van meningsuiting creëert naast de ruimte om opvattingen te uiten, ook de ruimte om de uitdrukkingen en ideeën van anderen te kunnen ontvangen en te overwegen. Kortom, het recht op de vrijheid van meningsuiting maakt het voor ons dwergen mogelijk om op de schouders van reuzen te klimmen. Die reuzen zijn de verheven geesten die op vooraanstaande wijze hebben bijgedragen aan de schatkamer van onze wijsheid. Het zijn de schouders van profeten, filosofen, wetenschappers en dichters. Hierdoor maakt deze vrijheid van meningsuiting het voor ons Occiënters mogelijk om deze schatkamer te openen.

De concrete belichaming van dit recht

Laten we deze abstracte gedachtes concreet en invoelbaar maken. De Oeigoer die zijn religieuze overtuiging niet kan realiseren onder het Chinese regime wordt in zijn ziel gekrenkt, omdat zijn individuele vrijheid met de voeten wordt getreden. Dit onrecht en deze mutilatie van de ziel van de Oeigoer voelen wij met sympathie en empathie hartgrondig met hem mee. Op dit punt aanbeland, mogen we echter de gewichtige juridisch-ethische gevolgtrekking die besloten licht hierin niet verdonkeremanen. Hier in het verschiet van dit invoelbare onrecht doemen immers de contouren van de guldenregel weer op. Als wij zo intens meevoelen, en in deze sympathie tot het heldere inzicht komen dat de Oeigoer –in de hoedanigheid van moslim- dit recht en deze vrijheid dient te hebben om zijn religieuze overtuiging te kunnen beleven, dan geldt redelijkerwijs eveneens dat een ander die in zijn/haar analyse tot een andere overtuiging is gekomen -bijvoorbeeld dat de islam niet de beste (ver)houding tot het absolute (Allah) is- ook de ruimte dient te krijgen om dit te kunnen uiten. Wij kunnen het eens of oneens zijn met de inhoud van zijn/haar overtuiging -evenzo als de Chinees het eens of oneens is zal zijn met de Oeigoer-, maar de ruimte voor die overtuiging dient hij/zij vanuit de rechtvaardigheid wel te verkrijgen. Die wederkerigheid vormt de essentie van dit soort (mensen)rechten. 

Conclusie: een bewonderenswaardig geschenk van de moderniteit

We zijn nagegaan wat de vrijheid van meningsuiting is door scherper voor de geest te halen welke waarden deze helpt te verwezenlijken. Dit zijn de zoektocht naar de waarheid, respectievelijk de waarde van de authentieke zelfwording gebleken. Dit recht is een waardevol geschenk aan ons allen. Voor de ontdekking van dit recht werd de visie van het individu immers overschaduwd of zelfs verstikt door de heersende visie van de gemeenschap of de machthebbers. Vorsende geesten werden vervolgd, gedood en gestraft omwille van het anders denken, voorbeelden hiervan zijn Giordano Bruno, Galilei, Socrates en velen meer.

Wij Occiënters, die een onopgeloste versmelting tussen Oost en West vormen, dienen dus met harte gloed in deze kwestie het hogere ideaal tot ons te nemen. Het voorgaande toont aan dat dit het rechtstatelijke ideaal van het recht op een vrijheid van meningsuiting is. Dit rechtstatelijke ideaal verheft zich boven de traditionele en dogmatische visie waarin men dingen voetstoots dient aan te nemen en de andersdenkende dient te verketteren. 

In het tweede deel zullen we de ethische dimensie ten aanzien van de omgang met dit recht echter kritisch belichten. Met de reeds opgedane inzichten ten aanzien van het juridische domein kunnen we evenwel reeds de gevleugelde woorden die aan verlichtingsdenker Voltaire worden toegeschreven met heel onze zaligheid in onze zielen griften: 

‘Ik verafschuw wat U zegt,

maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen’.

Sapere aude! 

Denker des Multiculturele Vaderlands

Hakan Külcü