De presidentsverkiezingen van Turkije

Op 10 augustus 2014 zal in Turkije de eerste ronde van de presidentiële verkiezingen plaatsvinden. Echter, in het buitenland mogen Turkse burgers al vanaf 31 juli 2014 tot en met 3 augustus 2014 gebruik maken van hun stemrecht[1].
Armand Sağ

Voor het eerst in de geschiedenis van de Republiek Turkije zal een president rechtstreeks door het volk worden gekozen, voorheen ging dat door middel van de parlementsleden. Voor 2007 konden parlementsleden zichzelf kandidaat stellen, of kandidaten van buiten de Kamer voordragen indien de rest van de Kamer deze kandidatuur steunde[2]. Na de hervorming van Atatürk, waarbij hij in 1923 de Republiek Turkije stichtte en algemene democratie introduceerde (waaronder kiesrecht voor vrouwen), wordt de rechtstreeks gekozen president gezien als de tweede grote verandering in het democratische systeem van Turkije. Toch is er ook veel controversie over de drie kandidaatsleden die meedoen in de race om de twaalfde president van Turkije te worden.

De eerste kandidaat lijkt de meeste steun te hebben, maar gaat ook gebukt onder grote corruptieschandalen: Recep Tayyip Erdoğan. Indien Erdoğan wordt gekozen, zal het weer zo zijn dat de president van Turkije lid is van een politieke partij. Het was gebruikelijk dat de president niet aan een partij geboden was, zodat de president eventueel de premier (die duidelijkerwijs wel gebonden is aan een partij) kan corrigeren. Om te voorkomen dat de president de premier uit politieke tegenstellingen berispt, is er een informele regel dat de functie van president uitsluitend door een onafhankelijk persoon wordt ingevuld. Deze regel werd overigens vaak overtreden, recent in 2007 toen de voormalige AKP-premier Abdullah Gül als president werd gekozen. Destijds liep de commotie met een sisser af, toen Gül besloot om zijn lidmaatschap van de AKP op te zeggen. Erdoğan heeft al aangegeven zijn AKP-lidmaatschap niet te zullen opzeggen, en heeft daartoe een maas in de wet gevonden[3].

Tegenstanders vinden dat Erdoğan hierdoor een voorsprong heeft in de campagne omdat hij bronnen en middelen die hij nu tot zijn gebruik heeft als premier, kan gebruiken om president te worden. Verder staat Erdoğan ook ter discussie om de corruptieschandalen en zijn harde toon naar oppositieleiders toe. Bij de corruptieschandalen werden grote contante geldbedragen van enkele miljoenen euro gevonden in schoenendozen in het huis van Erdoğan’s ministers en hun zonen. Van Erdoğan zelf en zijn zoon Bilal werden belastende telefoongesprekken afgeluisterd waarbij gesproken werd over de contante geldbedragen. Vier ministers werden hierdoor vervangen door Erdoğan, terwijl negen AKP-Kamerleden (waaronder één van de door Erdoğan vervangen ministers) uit protest ontslag namen. Ook de rechtszaak Balyoz, waarbij volgens Erdoğan een geheime groep genaamd ‘Ergenekon’ erop uit was om hem ten val te brengen en een coup voor te bereiden, pakte niet goed uit voor Erdoğan toen het voorlopige vonnis stelde dat er geen bewijs is voor het bestaan van Ergenekon. Erdoğan hield altijd vol dat deze groep bestond uit legerleiders, leden van oppositiepartijen, intellectuelen en academici. In dat kader zijn bijna 400 mensen opgepakt, gevangen gezet en berecht; vrijwel allemaal waren het criticasters van Erdoğan. Enkele van deze verdachten, zoals Mustafa Balbay, zijn later verkozen tot Kamerlid van de grootste oppositiepartij CHP. Het vermoeden bestaat dat de rechtszaak diende als een voorwendsel voor Erdoğan om iedereen die hem sterk bekritiseerde, op te pakken.

Toch heeft Erdoğan de steun van bijna de helft van de stemgerechtigden, mede door zijn buitenlands beleid waarin hij toenadering zoekt tot de Arabische wereld. Hierdoor heeft hij de steun van veel conservatieve moslims in Turkije, die de toenadering zien als een islamitisch bondgenootschap met de moslimwereld. Binnen het binnenlands beleid heeft de privatisering van veel staatsbedrijven geleid tot een vrije markt sector met een grote bloei.

Tegenstanders wijzen echter op de nadelen van grootschalige privatisering op de lange termijn en volledige openstelling van de vrije markt voor buitenlandse bedrijven omdat daarmee de kleinere Turkse bedrijven weggeconcurreerd zullen worden. Vooralsnog lijkt dit echter nog niet aan de orde. De AKP van Erdoğan staat al sinds 2002 aan het roer van Turkije en Erdoğan heeft zich in die twaalf jaar ontwikkeld tot een autocratische heerser zonder geduld voor tegengeluid van oppositiepartijen. Toch geniet hij immense populariteit onder ongeveer de helft van de bevolking. De andere helft beschuldigt Erdoğan van polarisatie en verzuiling onder de bevolking omdat Erdoğan steevast stelt ‘zich in te zetten voor de mensen die op hem stemmen’ en ‘voor zijn 50% te werken’. Critici stellen dat een premier zich voor de gehele bevolking dient in te zetten en niet alleen de mensen die op hem gestemd hebben. “Vijftien jaar geleden wapperde iedereen met Turkse vlaggen en Turkse symbolen. Maar als je nu bijvoorbeeld op Facebook kijkt, dan is het verschil al te zien. Pro-Erdoğan aanhangers hebben een poster van Erdoğan, het logo van Erdoğan en de AKP-vlag  terwijl anti-Erdoğan aanhangers “T.C.”, “Ayyaş” en “Çapulcu” voor hun naam zetten. Bijna niemand heeft nog een Turkse vlag op hun Facebook-profiel.”, aldus een criticus.

De andere kandidaat is de omstreden Selahattin Demirtaş, eveneens een partijvoorzitter. Net als Erdoğan weigerde ook Demirtaş ontslag te nemen van zijn functie. Als extra provocatie liet hij zich zelfs verkiezen tot partijvoorzitter van HDP, een voortvloeisel van de BDP waar Demirtaş sinds de oprichting ook al partijvoorzitter was. Op dit moment is Demirtaş hierdoor de partijvoorzitter van zowel de HDP als de BDP, een situatie wat duidelijk belangenverstrengeling oproept daar beide partijen in de Turkse Kamer (TBMM) zitten. Zowel de HDP als de BDP staan bekend als de politieke tak van de Koerdische terreurgroep PKK. HDP en BDP werken nauw samen en onderscheiden zich enkel en alleen door hun regionale focus: de HDP richt zich op het westen van Turkije (zoals İstanbul) en doet niet mee aan verkiezingen in het oosten van Turkije, terwijl BDP juist niet meedoet aan verkiezingen in het westen en zich uitsluitend richt op het oosten. BDP richt zich duidelijk op Koerdisch ultranationalisme, terwijl HDP zich daarnaast ook richt op marxistische Turken omdat er in West-Turkije veel minder Koerdische ultranationalisten wonen.

Demirtaş is zelf van Zaza-komaf maar is dermate geassimileerd dat hij zichzelf voornamelijk identificeert als Koerdisch. In het verleden werden zijn directe banden met de terroristische organisatie PKK blootgelegd. De PKK is verantwoordelijk voor ongeveer 50.000 doden in de laatste dertig jaar en is daarmee één van de meest bloedige terreurgroepen ter wereld. Demirtaş baarde eerder al opzien door de Armeense kwestie als “genocide” te bestempelen en heeft al laten doorschemeren dit ook als president te zullen doen. Hiermee zal hij ook namens Turkije de Armeense kwestie officieel als een ‘genocide’ erkennen. Mede hierdoor lijken de kansen van, de als ultranationalistische Koerd bekend staande, Demirtaş om president te worden zeer klein. Alleen van PKK-sympathisanten en ultranationalistische Koerden lijkt hij stemmen te zullen ontvangen. In de peilingen komt hij niet hoger dan 5%-8% van de stemmen[4].

De laatste kandidaat, Ekmeleddin Mehmet İhsanoğlu, is een kandidaat van de twee grootste oppositiepartijen CHP en MHP alsmede vier kleinere partijen (DYP, DSP, BTP en DP; alhoewel DYP later de steun weer introk[5]). İhsanoğlu staat op zijn beurt onder druk vanwege het feit dat hij geboren en getogen is in Egypte en pas op zijn 32ste leeftijd voor het eerst naar Turkije ging. Ook İhsanoğlu maakt gebruik van een maas in de wet omdat normaliter Turken met een dubbele nationaliteit en/of Turken die woonachtig zijn in het buitenland geen politieke functie mogen vervullen.

İhsanoğlu staat bekend als een intellectueel en is een hoogleraar. In zijn campagne heeft hij zich gekenmerkt als een toegankelijke liberaal met een tolerant beleid en een zeer beleefde toon naar zijn concurrenten toe. Zo heeft hij zowel Erdoğan als Demirtaş 1000 TL (1 Euro is ongeveer 2,8 Turkse Lira) geschonken om ze te helpen bij hun campagnevoering. Tevens heeft İhsanoğlu al in 2011 zijn familiebezit in de Centraal-Anatolische provincie Yozgat (grote stukken land en enkele gebouwen van zijn opa) geschonken aan de Bozok Universiteit van Yozgat zodat die universiteit kon uitbreiden. Ook zijn verzoenende toon naar de aanhangers van de Gezi-protesten,de grootschalige protesten tegen het beleid van AKP-premier Erdoğan, werd goed ontvangen. İhsanoğlu’s slogan “Ekmek için Ekmeleddin” werd echter niet goed ontvangen. Alhoewel de volledige slogan “Saygı ekmek için, sevgi ekmek için, bu güzellikleri ekmek için Ekmeleddin” (‘Om respect te zaaien, om liefde te zaaien, om deze mooiheden te zaaien kies je voor Ekmeleddin’) is, betekent ‘ekmek’ in het Turks naast ‘zaaien’ ook nog ‘brood’. Hierdoor kreeg İhsanoğlu veel kritiek op social media omdat mensen dachten dat hij ze brood beloofde, terwijl ‘ekmek’ in de betekenis van ‘zaaien’ werd bedoeld alsmede een woordspeling is op zijn naam ‘Ekmeleddin’. İhsanoğlu probeert nu ook deze verwarring goed te maken, maar duidelijk is dat hij hierdoor schade heeft ondervonden.

İhsanoğlu’s uiterst beleefde toon en de respectvolle manier waarmee hij zijn concurrenten aanspreekt hebben hem echter geen windeieren gelegd. Iets wat Erdoğan en Demirtaş duidelijk niet doen. Zo antwoordde Demirtaş met “Als İhsanoğlu brood wil maken, dan maak ik lekker Koerdische börek (een gevulde pasteiachtig broodje)” op de slogan van İhsanoğlu en weigerde Erdoğan de eerdergenoemde 1000 TL te accepteren waarna hij het liet terugstorten. De beleefdheid van İhsanoğlu is daardoor een groot contrast met de andere twee kandidaten.  Toch is er kritiek op İhsanoğlu. “Hoe is het mogelijk dat je geen Kamerlid mag worden als je in het buitenland woont of een dubbele nationaliteit hebt, maar wel president van het land? Dat is niet eerlijk. Daarom moet men of die wetten aanpassen of İhsanoğlu boycotten. Ik kies voor het laatste omdat de wetten voorlopig niet veranderd kunnen worden daar dit een grondwettelijke wijziging nodig heeft.”, aldus een criticus.

Veel mensen weigeren toch uit principe te stemmen op één van deze drie kandidaten vanwege het beleid van Erdoğan, de ideologie van Demirtaş en de afkomst van İhsanoğlu. Hierdoor laten peilingen tussen de 20% en 30% aan blanco stemmen zien. Dit heeft waarschijnlijk tot gevolg dat er een tweede ronde van de presidentsverkiezingen moet komen. In dat geval zal deze plaatsvinden in Turkije op 24 augustus 2014 en in het buitenland tussen 17 augustus 2014 en 20 augustus 2014.

Van de drie kandidaten is recent ook het vermogen bekend gemaakt: Erdoğan had ongeveer 4,4 miljoen (3.390.384) Turkse Lira, 199.867 Amerikaanse dollar, 25.000 Britse pond en een onbekend bedrag in euro op verscheidene bankrekeningen[6]. Daarnaast had Erdoğan een uitstaande lening van 500.000 Turkse lira, ruim tweeduizend vierkante meter aan grond ter waarde van ongeveer tienduizend Turkse lira en een luxe personenauto met een prijskaartje van 234.080 Turkse lira. Dit zou betekenen dat Erdoğan sinds 2006 ruim 3 miljoen Turkse lira heeft mogen bijgeschreven aan zijn bezit. De afwezigheid van huisbezit springt bij Erdoğan in het oog. Waarschijnlijk woont Erdoğan in een residentie van de staat en is hij van plan dit ook in de toekomst te doen.

Voor Selahattin Demirtaş was het publiceren van zijn vermogen zo mogelijk nog problematischer. Zo gaf hij aan een luxe huis van ongeveer 260.000 Turkse lira te bezitten, net als een groot advocatenkantoor ter waarde van 100.000 Turkse lira. Daarnaast gaf Demirtaş aan zijn twee luxe Audi’s te hebben geschonken aan zijn politieke partij (het werd niet duidelijk of dit BDP of HDP was), maar nog wel zelf te gebruiken. Vermoedens dat hij de auto’s schonk vanwege een belastingtechnisch voordeel, zijn er ten overvloed. Deze vermoedens werden sterker toen bleek dat hij nog een derde auto had, van het merk Skoda, maar deze op naam van zijn vrouw had gezet. Verder weigerde Demirtaş zijn bankrekeningen te onthullen en uit onderzoek bleek hij geen bankrekeningen te hebben in Turkije. De buitenlandse bankrekeningen van Demirtaş lijken ook een broeihaard van belastingontduiking te zijn. Volgens ingewijden heeft Demirtaş geen openheid gegeven vanwege twee redenen. Ten eerste omdat hij veel inkomsten vergaart uit de activiteiten van de PKK. De PKK is sterk verwikkeld in drugs-, wapen- en sigarettensmokkel, alsmede vrouwenhandel. Ten tweede omdat de persoonlijke financiën van Demirtaş moeilijk te onderscheiden zijn van de financiën van de PKK, BDP en HDP omdat deze dwars door elkaar heen lopen.[7]

Als laatst werd het vermogen van de derde kandidaat bekend gemaakt. Ekmeleddin Mehmet İhsanoğlu zou uit erfenissen/nalatenschap aan zichzelf of zijn vrouw, negen appartementen in İstanbul hebben. Vrijwel al die appartementen worden door İhsanoğlu verhuurd. Daarnaast heeft hij een Opel Vectra uit 2006, ongeveer 3,6 miljoen Amerikaanse dollar en 240.000 Turkse lira op verschillende bankrekeningen. De vraag hoe een academicus die voornamelijk op onderzoekssubsidies en fondsen teerde, een dergelijk kapitaal heeft weten te vergaren, heeft menig wenkbrauwen laten fronsen.

Twee belangrijke punten dienen hierbij onderstreept te worden. Ten eerste betreft dit het vermogen van de kandidaten en de problematiek die eruit voortvloeit. Zo hebben alle kandidaten een, voor Turkse begrippen, immens vermogen vergaard, dan wel weigeren ze openheid te geven over hun bezit. Ten tweede maken alle drie de kandidaten gebruik van een maas in de wet om zich überhaupt kandidaat te mogen stellen voor deze presidentsverkiezing. In wezen zou men dus kunnen stellen dat alle drie de kandidaten zich eigenlijk schuldig maken aan overtreding van de verkiezingswet tijdens de aanloop naar de verkiezingen.

Kortom, in principe maakt het niet uit welke van de drie kandidaten de presidentsverkiezingen wint. Alle drie de kandidaten geven indirect en subliem een boodschap door aan het volk: “Manipuleer de wet door mazen in de wet te vinden”. En juist hierdoor heeft Turkije nog steeds moeite met het handhaven van orde (zoals in het verkeer) en het uitstralen van gezag om zo burgers te manen om de wetten te gehoorzamen (zoals bij de bestrijding van belastingontduiking). De politieke leiders zijn hierbij helaas niks meer dan een weerspiegeling van de maatschappij.

Armand Sağ

25-07-2014

[1] http://www.ysk.gov.tr/

[2] http://www.yasader.org/web/yasama_dergisi/2007/sayi5/Turk_Anayasalarinda_Cumhurbaskani_Secimi.pdf

[3] http://www.aksam.com.tr/siyaset/basbakan-erdogan-istifa-etmeli-mi/haber-321407

[4] http://www.haber7.com/partiler/haber/1182858-en-sicak-iki-ankete-gore-kosk-secimi-sonuclari

[5] http://www.hurriyet.com.tr/gundem/26724781.asp

[6] http://turksnl.bitnamiapp.com/turkije/politiek/item/3983-zo-rijk-is-erdo%C4%9Fan.html

[7] http://sozcu.com.tr/2014/gundem/demirtas-mal-varligini-acikladi-547905/